De gevolgen van bureaucratie

De afgelopen week is een spannende geweest. Het moment waarop de docenten hun definitieve cijfers moeten invoeren voor hun examenleerlingen. De eerste stap in de drietrapsraket die slagen heet. 

Een enkele leerling komt erachter dat hij een kwartier voor de deadline nog een mondeling moet inhalen, een ander ontdekt dat hij het hele jaar al acht vakken had in plaats van zeven, maar meestal komt het goed. Daar zorgen wij voor als school. Op zo’n moment merk je hoe geolied je organisatie werkt als het gaat om het verzamelen van cijfers, controleren van de juistheid van alle gegevens, het vullen van alle vereiste systemen, zodat de Inspectie kan meekijken. Dat is goed om te zien. Maar sommigen zijn deze bureaucratische handelingen gaan zien als de kerntaak van de school en daar gaat het mis.

De afgelopen maanden hebben mijn voormalig 6vwo-leerlingen een project gedraaid waarin mijn belangrijkste experiment was, wat zou gebeuren als ik zoveel mogelijk schoolse mechanismen uit dit project zou slopen (zoals de nadruk op toetsing/cijfers of docentgestuurde lessen) en kijken wat er overblijft. De opdracht was ongelooflijk complex. Ontwerp een electronische leeromgeving voor het vak informatica en werk hierbij volgens de meest actuele softwareontwikkelings-methodiek SCRUM/AGILE. De elo moest gamification-elementen bevatten, zoals het werken met XP (Experience Points) en badges. Voor de belangrijke posities in dit project – scrummaster, teamleider programmeurs en teamleider designers – moest je solliciteren. Al het overige moesten de leerlingen zelf organiseren. De scrummethode dicteert alleen de vorm waarin je werkt en overlegt. Zo moet je elk werkmoment beginnen met een kort overleg, moet je in korte periodes concrete producten afleveren en werk je altijd met interdisciplinaire teams. Hoewel leerlingen niet gewend zijn in dergelijke structuren te werken en leiding te geven aan elkaar, was dit een ongelooflijk succes.

Je moet je voorstellen dat bedrijven die dit soort software maken, teams van 50 programmeurs en designers op zo’n opdracht zetten en er vervolgens een jaar of twee voor uittrekken. Deze 18 leerlingen moesten het in grofweg drie maanden zien te klaren, zonder enige ervaring, zonder ondersteuning.

De problemen die deze klas ondervond tijdens het verloop van dit project, waren exact dezelfde die een vergelijkbaar team in een bedrijf had ontmoet. Zij kregen onenigheid over de taken die ze moesten uitvoeren, klaagden over werkdruk en moesten oplossingen zien te vinden voor allerlei problemen in de uitvoering van een dergelijke complexe taak. Bovendien kregen ze een nieuwe manager (lees docent) omdat ik andere taken kreeg en klassen moest afstaan. Kortom, levensecht onderwijs en echte uitdagingen. Deze leerlingen hebben de skills die zij in de afgelopen jaren bij het vak informatica hebben geleerd, kunnen toepassen in een echte werksituatie en kunnen laten zien waar hun talenten liggen. De een in leidinggevende werkzaamheden, de ander in programmeren en een derde in het design van websites en portals. De organisatie lag in hun handen.

Nu zou ik graag meer onderwijs op deze manier vorm willen geven. Bij informatica kan ik dit zo doen omdat we daar niet gehinderd worden door een centraal schriftelijk examen. We kunnen als docent werken aan innovatieve lesmethoden. Nog wel. Want het SLO is druk bezig met een vernieuwd pakket eindtermen voor het vak. En hoewel we met alle macht proberen daar invloed op uit te oefenen, dreigt het vak te verworden tot een conventioneel vak dat ingevuld wordt met veel theorie, toetsen en weinig keuze (en daarmee autonomie) voor de docent en leerling. Daar komt bij dat we leerlingen met de nieuwe eisen meer naar de bètakant van het vak zullen moeten leiden. Dat betekent: iedereen dezelfde stof, geen differentiatie in design en programmeren meer. Dat betekent automatisch ook minder meisjes bij informatica en alleen nog informatica in de profielen N&T en N&G. Een somber scenario als je het mij vraagt. Ik hoop dat we het tij nog kunnen keren en volgend jaar verder kunnen gaan met onze projecten maar als ik de voortekenen goed lees, gaat dat niet gebeuren. Dit zijn de gevolgen van opbrengstgericht onderwijs, zwaardere toetsingseisen en bemoeizucht van hogerhand.

Ondertussen geniet ik nog even van het succes van dit jaar. En heb je toevallig nog mensen nodig die een leeromgeving voor je kunnen bouwen, schroom niet om aan te kloppen. Onze leerlingen kunnen de klus klaren, zelfstandig!

This entry was posted in Blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *