De nieuwe generatiekloof?

De afgelopen weken werden de media overspoeld door berichten over social media op scholen, en  dan niet louter positief. Bangalijsten worden via twitter verspreid, leerlingen lijken minder goed te  presteren vanwege het gebruik van facebook en scholen zijn “radeloos”(volgens Liesbeth Hop,  woordvoerster van de nationale academie media en maatschappij in een uitzending van radio 1) over  mobieltjes in de klas.  Nu merk ik maar weinig van die radeloosheid. Ik zie leerlingen die gebruik maken van technologie  zoals die bedoeld is. Voor kinderen van nu is connectiviteit zo vanzelfsprekend als zuurstof of  toegang tot drinkwater. En dat gebruiken ze overal, en altijd. Overal en altijd behalve in het leslokaal.  En dat vind ik vreemd. In een kennismaatschappij zoals de onze is een internetverbinding en toegang  tot netwerken onmisbaar geworden. Op elke werkplek waar kennisintensieve activiteiten  plaatsvinden, zorgen werkgevers voor een fatsoenlijke pc, of laptop, of tablet en niet te vergeten een  nieuwe smartphone. Dit soort technologie verhoogt naar mijn mening de productiviteit en met een  exponentieel groeiende hoeveelheid informatie is werken zonder geen optie meer. Behalve in het  leslokaal. En dat vind ik eigenlijk verbazingwekkend.  Het is merkwaardig dat wij ons als scholen steeds weer in een hoekje laten drijven door berichten  over de teloorgang van het taal- en rekenonderwijs en ons daardoor niet meer bezighouden met  innovatie en vernieuwing maar teruggrijpen naar oude methodes en een steeds maar uitdijende  hoeveelheid nakijkwerk, terwijl het zoveel anders kan. Onderwijs kan, met de inzet van iets meer ICT,  op maat worden gemaakt. Leerlingen kunnen met technieken als “Flipping the classroom” , waarbij  de docent lessen opneemt en via kanalen als youtube verspreidt, op hun eigen niveau en in hun  eigen tempo werken, waardoor ze meer tijd krijgen om hun echte talenten te onplooien. Door  leerlingen de mogelijkheid te geven hun vragen via twitter te stellen, of via facebook, krijg je als  docent zóveel meer reikwijdte. Het leren van nu vindt niet meer uitsluitend in klaslokalen plaats,  maar overal. Anytime, anyplace, anypace. Een leerling die de instructie van de docent even op zijn  smartphone bekijkt, voordat hij de opdracht daarbij gaat maken, dat is volgens mij onderwijs van nu.

flipping the classroom

flipping the classroom

Daarmee zet je social media in op een verantwoorde manier, geef je leerlingen een virtueel rolmodel  en maak je duidelijk dat deze media niet alleen maar gemaakt zijn om je sociaal te bewegen maar  ook zakelijk en ook voor school. Dat is namelijk de kracht van dit soort media.  Als wij als scholen nu maar begrijpen dat we mee moeten gaan doen en onze leerlingen vooral niet in  de weg moeten zitten om hun vaardigheden op het gebied van kennisnetwerken te vergroten. Wij  zouden juist de weg moeten wijzen naar de bijna oneindige mogelijkheden om nieuwe media in te  zetten op hun weg naar een succesvol leven. Voor de huidige generatie docenten is het bijna  ondenkbaar dat social media en nieuwe technologieën daar een essentieel onderdeel van uit zullen  maken. Zij komen uit een papieren wereld gestapt, en aanschouwen een tsunami aan informatie die  niet meer te overzien is. Leerlingen van nu zullen moeten leren hoe te filteren in deze hoeveelheid  informatie en leren hoe daar de juiste kennis uit te putten. En dat red je niet met een cursusje  googelen. Gelukkig kunnen de meeste leerlingen de weg zelf vinden en hebben ze hun docenten niet altijd  nodig. De doorsnee informatica-leerling die ik in mijn klas ontvang, heeft al een eigen bedrijf dat  apps maakt zoals een roosterapp voor Veluws College Walterbosch van Thomas Tiel Groenestege, of  websites voor middelgrote bedrijven door Benjamin Dijsselbloem. Anderen hebben hun weg  gevonden in beeldbewerking en maken de meest fantastische special effects zoals deze, gemaakt  door Tom Pijnappel. En weer anderen maken een documentaire, zonder daar al te ingewikkeld over  te doen, zoals deze docu, gemaakt door Rosan Heiboer en Tamara Oderkerk. Boeken schrijven is voor  hen geen ideaal meer, zoals voor de intellectueel uit de twintigste eeuw. Iets scheppen waardoor je  in beelden en met technologie de wereld een stukje begrijpelijker en vatbaarder maakt, wel. Laten  we daar als docenten ook aan gaan werken!  Jan Gijselhart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *