Het recht om te vergeten

Ik heb er al vaker over geschreven en ik zal er ook nog wel vaker op moeten terugkomen: waarom wil Google zo graag in ons klaslokaal binnenkomen?

Afgelopen week kondigde Google een nieuwe app aan: Classroom. Met Classroom kun je als docent je workflow makkelijk organiseren. Je koppelt je klas aan Gmail, Google agenda en Google drive en kunt zo opdrachten makkelijk laten inleveren, organiseren in aparte mappen per klas en beoordelen. Op het eerste oog klinkt dit echt fantastisch. Iedereen die weleens met Google-apps werkt in het onderwijs, weet dat hun producten goed aansluiten op de toekomst van het onderwijs, op de behoeftes van docenten en leerlingen om efficiënter te werken. Vanaf september is deze app voor alle scholen met een account op “Google for education” beschikbaar. Voor docenten die nu al interesse tonen is er een beperkt aantal proefaccounts beschikbaar via deze site: https://www.google.com/intl/nl/edu/classroom/

Google for education



Waarom dan nog twijfelen? De belangrijkste twijfel ontstaat vanuit het recht als mens om te worden vergeten. Dit recht is in veel Europese landen vastgelegd in de wet, met name om voormalig veroordeelden een tweede kans te geven in de maatschappij. Met de komst van internet heeft dit recht een diepere betekenis gekregen. Want hoewel ik nooit ergens voor veroordeeld ben, zou ik niet graag willen, dat alles wat ooit van mij is vastgelegd openbaar zou worden. Wat heb ik vroeger een stomme dingen gedaan! Stel dat mijn mededaders toen al een mobiele telefoon bij zich hadden gehad met camera, automatische updates naar Facebook en Youtube en de onbedwingbare behoefte om grappige filmpjes te delen met de wereld? In dat geval had ik een heel ander sollicitatiegesprek gehad bij mijn eerste aanstelling in het onderwijs. Pedro de Bruyckere vertelde onlangs in een van zijn lezingen over de voorwaarden om een jeugdcultuur te creëren en noemde daarbij drie essentiële elementen: vrije tijd, vrije ruimte en vergeten. Technologie zet alle drie de ingrediënten onder druk. Bedrijven als Facebook en Youtube maken onze aandacht een commercieel verhandelbaar goed en dat levert op de lange termijn problemen op.
Ieder kind heeft in zijn jeugd het volste recht om idiote dingen te doen en daar vervolgens door ouders, docenten en andere belanghebbenden op aangesproken te worden. Om vervolgens allemaal weer te vergeten dat het ooit gebeurd is. Dat recht moeten we ook beschermen in de wet. Daarom is het goed dat Google deze week ook teruggefloten is, in ieder geval in Europa, naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad. Mensen hebben vanaf nu het recht om zoekopdrachten uit Google te laten verwijderen als het niet het algemeen belang dient en mogelijk schadelijk is voor zijn of haar reputatie. En dat is een goede zaak.
De CEO van Google, Eric Schmidt, is niet blij met deze uitspraak. Volgens hem strookt dit niet met het recht van de burger om geïnformeerd te worden en slaat de balans op deze manier door naar de kant van de privacy waardoor zijn bedrijf haar werk niet goed meer kan uitvoeren. Want zonder zoekopdrachten geen Google.

En dan de vraag of we Google moeten toelaten in het klaslokaal.
Google laat ons bij de introductie van Google classroom weten dat apps voor het onderwijs zijn gevrijwaard van reclame en dat de opgeslagen gegevens niet gebruikt worden voor reclamedoeleinden (zij hebben dit overigens pas twee weken geleden veranderd. Daarvoor werd elke Gmail-account van leerlingen en docenten gescand voor reclamedoeleinden. Voor de ‘gewone’ Gmail-accounts geldt deze verandering overigens niet. Als ik een mail stuur naar mijn vriendin over een mogelijke vakantiebestemming, verschijnt direct daarna in de zijbalk van mijn browser reclame van een reisbureau).
De gegevens worden echter wel opgeslagen. De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden, is of die gegevens ook kunnen worden verwijderd op verzoek, of dat ik als leerling altijd geconfronteerd kan worden met de beoordelingen die ik heb ontvangen in mijn schoolverleden vanuit Google. Want hier geldt, dat scholen een belangrijke functie hebben in het waarborgen van de privacy van leerlingen.
Het blijft een interessante discussie, die ontstaat wanneer grote ict-bedrijven zich gaan bemoeien met iets essentieels als het onderwijs. Het onderwijsveld moet zich daarover buigen en zich mengen in de discussie. Waar nu individuen voor de rechter verschijnen om deze strijd uit te vechten, zouden overheden pro-actief moeten zijn op dit gebied en goede regel- en wetgeving moeten ontwikkelen om privacy en het recht te vergeten te waarborgen. Vooral kinderen moeten beschermd worden tegen de niet-aflatende verzamelwoede van ict-bedrijven. Big data kan ons veel opleveren maar het mag nooit een destructieve kracht worden in ons maatschappelijk verkeer. En dat dreigt het wel te worden als we niet uitkijken. Google zelf laat weten uit de mond van Bram Bout, directeur van Google for education: “Earning and keeping students, teachers and administrators trust drives our business forward. We know that trust is earned through protecting their privacy and providing the best security measures.”

Ik heb me ondertussen wél opgegeven voor de proefversie van Google-class, want het is een mooie ontwikkeling om ict op een slimme manier in te zetten in de klas van nu en daarmee de werkdruk van docenten en leerlingen beter te organiseren. Ondertussen ga ik de algemene voorwaarden van Google nog maar eens doorspitten, en het arrest van de Europese Hoge Raad. Benieuwd wat daar verder nog uit gaat komen.

This entry was posted in Blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *