Ik moet leren …

loslaten. Elke dag loop ik zo’n vijf á zes keer de trap op en af met mijn dochter. Zij is twee,  bijna drie en dat weet ze. Alleen al hoe ze zich dáárop verheugt: “Straks mag ik ook aan de  andere kant van de trap lopen, hè papa? Als je drie bent kan je dat. “ Hoe eenvoudig kan  het zijn?  Maar elke keer als ik haar voorbij loop op diezelfde trap en niet omkijk, haar de weg naar  beneden alleen laat afleggen, flitst door mijn hoofd hoe het verkeerd zou kunnen gaan… een  onbewaakt moment waarop ze struikelt op die veelbelovende maar o zo gevaarlijke trap.  Liever maar even in de buurt blijven dus. En haar vertellen dat ze de trapleuning moet  vasthouden.  Ik moet leren om los te laten. Elke dag weer merk ik dat mijn dochter Merel meer opsteekt  van de ruimte die ik haar laat, zodat ze kan verkennen, haar nieuwsgierigheid kan  bevredigen en enthousiast worden van wat je allemaal wel niet kan doen als lerend mens.  Bij niemand ervaar ik dat zo duidelijk als bij haar, een mensje van twee, bijna drie.  Als docent balanceer je elke dag op dat punt van controleren en ruimte geven. En ik raak er  steeds meer van overtuigd dat die controle dient om de angst van de docent, van de  organisatie, de ouders te beteugelen. Controleren betekent toetsen om grip te houden op  wat leerlingen leren. Het betekent ook vasthouden aan methoden, zodat je als docent in  ieder geval weet wat de antwoorden op de vragen zijn. Het betekent leerlingen binnen de  muren van het lokaal, van de school houden op geijkte tijden. Maar is dat nu waar leerlingen  behoefte aan hebben? Waar ze het meest van leren?

adolescent brain

adolescent brain

Afgelopen donderdag hoorde ik hersenonderzoeker Peter Hagoort weer zeggen dat de  puberbreinen niet geschikt zijn voor het beheersen van impulsen, en dat wij ze daarbij  moeten helpen. Uit zo’n uitspraak spreekt de angst van de vader, die zijn kind de trap af ziet  donderen. Ik geef de voorkeur aan de uitleg van klinisch neuropsycholoog Jelle Jolles,  hoogleraar hersenen, gedrag en educatie (VU) en auteur van het boek Alles is leren, dat eind  dit jaar verschijnt.  Hierin legt hij onder meer uit dat het puberbrein niet een onaf volwassen brein is, maar  uitermate geschikt voor de taken die het op die leeftijd moet uitoefenen. Het puberbrein is  perfect toegerust om buiten de kaders te denken, nieuwe uitdagingen te zoeken. Het  puberbrein is een “creatieve innovatie- en leermachine”, aldus Jolles.  En dat biedt mogelijkheden voor ons docenten, zou ik zeggen. Kinderen zijn in alles perfect  toegerust om te leren en te innoveren. Alles wat ons docenten te doen staat is los te  geraken van die verlammende angst en onze leerlingen te verlossen van dodelijk saaie maar  o zo controleerbare lessen. En nu maar hopen dat ze niet te hard vallen…

This entry was posted in Blog and tagged .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *